- Locatie
Duurzaamheidsfabriek, Leerparkpromenade 50 te Dordrecht
- Voorzitter
- J.D. Veldman
- Agenda documenten
Agendapunten
-
01
Bijlagen
-
02Ingekomen en uitgaande stukken/Mededelingen en ontwikkelingen in de portefeuilles
-
03DG&J ALGEMEEN
-
03.1DG&J - Besluitvormend
-
03.1.a
Bijlagen
-
03.1.b
Op 14 april 2026 zijn de voorlopige jaarstukken 2025 naar de deelnemende gemeenten verstuurd en is gevraagd om voor 18 juni 2026 een zienswijze te geven op de voorlopige jaarstukken 2025.
Bijlagen
-
03.1.c
De bestuursrapportage heeft als doel het Algemeen Bestuur te informeren welke afwijkingen er zijn en welke er naar verwachting komen ten opzichte van het vastgestelde beleid en de programmabegroting 2026. Tevens wordt de bestuursrapportage gebruikt om de (financiële) afwijkingen ten opzichte van de begroting te duiden en zo nodig begrotingswijzigingen voor te stellen.
Bijlagen
-
03.1.d
Op 9 april 2026 heeft het Algemeen Bestuur kennis genomen om de begroting 2027 en de voorstellen behorende bij de begroting 2027. Vervolgens is de concept begroting 2027 en zijn de besluiten ter zienswijze aan de deelnemende gemeenten voorgelegd. Aan de deelnemende gemeenten is verzocht om voor 17 juni 2026 haar zienswijze op de concept begroting 2027 kenbaar te maken. De (concept) zienswijzen van de gemeenten bieden geen aanleiding om het voorgenomen besluit te wijzigen.
Bijlagen
-
03.1.e
Vaststellen van de vergaderplanning voor 2027
Bijlagen
-
03.2DG&J - Opiniërend
-
03.3DG&J - Ter informatie
-
03.3.fUpdate Raadsadviescommissie - mondeling
-
03.3.g
In 2024 zijn binnen de DG&J belangrijke stappen gezet om de kwaliteit en beheersbaarheid van het informatie‑ en archiefbeheer te verbeteren. Het Verbeterplan DIV DG&J is in 2024 bestuurlijk vastgesteld en vormt volgens de archiefinspectie een gedegen en realistisch instrument om structurele verbeteringen in de informatiehuishouding te realiseren, mits de maatregelen daadwerkelijk en duurzaam worden uitgevoerd
Bijlagen
-
04GEMEENSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSDIENST
-
04.1GGD - Besluitvormend
-
04.1.a
De uitvoering van het Actieplan Mentale Gezondheid via VO-scholen blijkt in de praktijk moeilijk uitvoerbaar, ondanks brede erkenning van het belang. Om de gezamenlijke ambitie te behouden en effectiever te realiseren, wordt voorgesteld de aanpak te herpositioneren naar een geïntegreerde werkwijze. De inhoudelijke ambitie blijft ongewijzigd; de uitvoeringswijze wordt herijkt.
Bijlagen
-
04.1.b
Op 2 april 2026 is in het Algemeen Bestuur gesproken over de toekomstige borging van psychosociale hulpverlening (PSH) aan Oekraïense ontheemden. In de eerdere adviesnota heeft de GGD beargumenteerd dat de structurele organisatie en uitvoering van PSH primair een verantwoordelijkheid van gemeenten is en voorgesteld de uitvoerende rol van de GGD per 1 januari 2027 te beëindigen.
Tijdens de bestuurlijke behandeling is gevraagd aanvullend inzicht te geven in de wensen en behoeften van gemeenten ten aanzien van de toekomstige inrichting van de PSH. Hierop heeft de GGD een inventarisatie uitgevoerd onder de tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid.Bijlagen
-
04.1.c
Het Algemeen Bestuur heeft op 2 april gekozen voor een aanbesteding van de JGZ. Daarmee is de richting bepaald, maar nog niet de wijze waarop gemeenten gezamenlijk sturen op inhoud, kwaliteit en uitvoering. Het is aan het DB om hiertoe een opdracht te formuleren. Deze adviesnota geeft hier invulling aan: DG&J wordt gevraagd om deze aanbesteding ambtelijk voor te bereiden en uit te voeren. Gezien de wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten, de complexiteit van de opdracht en het belang van continuïteit, kwaliteit en regionale samenhang, is een duidelijk afgebakende opdracht essentieel. Deze nota voorziet daarin door heldere inhoudelijke, procedurele en financiële kaders te stellen, een strakke fasering en planning te hanteren en regie op gemeentelijke inbreng te adresseren.
Om risico’s rondom rolzuiverheid en verantwoordelijkheden te beperken, wordt de gemeentelijke inbreng georganiseerd via een ambtelijk opdrachtgever namens gemeenten. Deze rol is een kritische randvoorwaarde voor het kunnen uitvoeren van de opdracht.
Het Programma van Eisen (PvE) vormt het centrale document waarin bestuurlijke keuzes worden vastgelegd. Het PvE wordt opgesteld in nauwe afstemming met gemeenten en ter besluitvorming aan het AB voorgelegd.Bijlagen
-
04.2GGD - Opiniërend
-
04.3GGD - Ter informatie
-
05LEERPLICHT EN VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN
-
05.1LVS - Besluitvormend
-
05.1.a
Op 21 april 2026 heeft de Hoge Raad het toetsingskader voor artikel 5 onder b van de Leerplichtwet 1969 verduidelijkt en aangescherpt. Hierdoor dienen gemeenten hun uitvoeringspraktijk aan te passen.
Bijlagen
-
05.2LVS - Opiniërend
-
05.3LVS - Ter informatie
-
06SERVICE ORGANISATIE JEUGD
-
06.1SOJ - Besluitvormend
-
06.1.a
De pleegzorg in de regio staat onder druk door toenemende complexiteit van zorgvragen, afname van pleeggezinnen en een bekostigingssystematiek die onvoldoende aansluit op de praktijk. Door de landelijke handreiking pleegzorg te implementeren, ontstaat meer transparantie, uniformiteit en een betere aansluiting op de zorgvraag en bijbehorend kostenperspectief. Zorgaanbieders geven aan dat het huidige deeltijdtarief onder de kostprijs ligt van hun organisaties.
Aanvullend wordt met de invoering van het Mockingbird model ingezet op het versterken van pleeggezinnen door onderlinge ondersteuning, waardoor uitval van plaatsingen vermindert en de stabiliteit toeneemt.
De combinatie van financiële herijking en inhoudelijke versterking zorgt voor een toekomstbestendige inrichting van pleegzorg.Bijlagen
-
06.1.b
Kwaliteit als medicijn richt zich op het ontwikkelen, toepassen en opschalen van initiatieven die de kwaliteit van zorg versterken en daarmee bijdragen aan het reduceren van zorgvolumes. Onderliggend uitgangspunt is het creëren van een dynamiek in de contractering, waarbij aanbieders die aantoonbaar bijdragen aan deze beweging passend worden beloond, zonder dat dit leidt tot omzetverlies.
Bijlagen
-
06.1.c
De Regeling Dienstverlening aan Huis (RDAH) ziet op de arbeidsrechtelijke en fiscale positie van personen die zorg of ondersteuning aan huis verlenen in een informele setting. Dit wetsvoorstel is ten tijde van deze eerste bestuursrapportage 2026 nog niet vastgesteld door de Eerste Kamer. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) past de regeling echter feitelijk al toe per 1 januari 2026, waardoor bij een beperkte groep pgb‑budgethouders sprake is van een verschuiving van netto‑netto naar bruto‑netto arbeidsrelaties en daarmee van hogere werkgeverslasten. Dit kan leiden tot een snellere uitputting van pgb‑budgetten en aanvullende financiële druk voor de betreffende pgb-houders.
Bijlagen
-
06.1.d
Met ingang van 1 januari '26 is de Wvbj in werking getreden. Daarin is bepaald dat jeugdhulpregio's wettelijke verplicht zijn specialistische jeugdhulp in te kopen via een Gemeenschappelijke Regeling. Om te bezien of hiervoor een aanpassing noodzakelijk is van de huidige GR DG&J is een externe, juridische uitvoeringstoets uitgevoerd.
De uitkomst van die toets is dat, om te voldoen aan de minimale variant conform de wet, aanpassing van de huidige achtste wijziging van de GR DG&J noodzakelijk is. Belangrijkste wijzigingen betreffen het expliciteren dat de GR DG&J de jeugdhulpregio is in het kader van de wet en het juridisch zichtbaar maken van de SOJ binnen de GR. Daarnaast wordt in de uitvoeringstoets aangegeven dat het verstandig is om de huidige GR DG&J door te ontwikkelen wat betreft de totale governance van het regionale jeugdhulpdomein en mogelijke regionaal ondersteunende taakvelden. Naast aanpassing van de achtste wijziging van de GR kan voor een groeipad worden gekozen voor de verdere doorontwikkeling.Bijlagen
-
06.2SOJ - Opiniërend
-
06.3SOJ - Ter informatie
-
07VEILIG THUIS
-
07.1LVS - Besluitvormend
-
07.2LVS - Opiniërend
-
07.3LVS - Ter informatie
-
08Rondvraag
-
09Kabinetsdeel wordt niet gepubliceerd
-
10Sluiting